Berichten

Wanneer is het onvoldoende om een brief aan te merken als stuitingshandeling ter voorkoming van een verjaring van een vordering?

Geplaatst op | Bericht | romyvanravestijn

Het kan voorkomen dat u een vordering op een partij heeft waar een aantal jaar overheen gaat. U loopt dan het risico dat uw vordering verjaart. Een verjaring houdt in dat u na een verloop van tijd de vordering niet meer in rechte kan afdwingen. De algemene verjaringstermijn is 20 jaar, maar in veel gevallen verloopt de rechtsvordering na 5 jaar. Een rechtsvordering die is ontstaan uit een lening, verjaart na 5 jaar. U kunt voorkomen dat de vordering verjaart door de vordering te stuiten. Indien u dit heeft gedaan begint de verjaringstermijn opnieuw te lopen.

Stuiting vordering

De verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt op grond van artikel 3:317 lid 1 BW. Aan de mededeling wordt de eis gesteld dat de wederpartij daaruit had behoren te begrijpen dat de eiser zich ondubbelzinnig zijn recht voorbehoudt. Voor een voldoende duidelijke waarschuwing is het noodzakelijk dat voor de schuldenaar kenbaar is welke vordering is bedoeld. Daartoe is in elk geval vereist dat de vordering zodanig is omschreven dat de schuldenaar daaruit kan begrijpen welk recht wordt voorbehouden en waartegen hij zich eventueel heeft te verweren.

De feiten

In een recent arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (Hof ’s-Hertogenbosch 27 februari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:823) was er een discussie over een verjaring van een vordering ontstaan uit een lening. Bestuurder X van vennootschap A heeft diverse leningen verstrekt aan vennootschap B. Vennootschap B is failliet gegaan en heeft het restant van de lening niet terugbetaald aan vennootschap A. Vennootschap A spreekt vervolgens bestuurder X aan op onbehoorlijk bestuur vanwege het feit dat de voornoemde leningen destijds zijn verstrekt zonder dat ter zekerheid van terugbetaling van de lening zekerheden zijn bedongen. Partijen zijn het erover eens dat de vordering bij brief van 18 april 2008 voor het eerst is gestuit. Vervolgens ontving X op 11 september 2008 nog een brief met de stelling dat bepaalde afspraken niet nagekomen zijn. Tenslotte ontving X op 11 september 2013 per deurwaardersexploot een aansprakelijkheidstelling voor de vordering. Bestuurder X voert verweer dat de vordering verjaard is.

Oordeel rechtbank

De rechtbank honoreert het beroep van X op de verjaring van de vordering. De rechtbank overwoog dat het tussen partijen vaststond dat partijen in 2004 bekend zijn geworden met de lening en dat de eerste stuiting heeft plaatsgevonden per brief op 18 april 2008. Over het deurwaardersexploot van 11 september 2013 overweegt de rechtbank dat de vordering verjaard is. Tussen de brief van 18 april 2008 en het deurwaardersexploot zit namelijk meer dan vijf jaar. De rechter heeft onderzocht of er nog andere stuitingshandelingen hebben plaatsgevonden, maar concludeerde dat het exploot van 11 september 2008 niet aangemerkt kan worden als stuitingshandeling in de zin van art. 3:317 lid 1 BW, waardoor de vordering verjaard is.

Oordeel hof

Het hof is het eens met de rechtbank en oordeelde dat het exploot van 11 september 2008 inderdaad niet voldoet als een dergelijke stuitingshandeling. Uit het exploot blijkt onvoldoende dat er sprake is van een rechtsvordering uit onbehoorlijk bestuur of uit het verstrekken van een ongesecureerde lening. Ook blijkt uit de brief niet dat X had behoren te begrijpen dat Y een vordering uit onbehoorlijk bestuur op X pretendeerde te hebben en uit dien hoofde aanspraak maakte op schadevergoeding, laat staan dat Y zich ondubbelzinnig zijn recht op een dergelijke vordering voorbehield. De vordering is dus niet op tijd gestuit, waardoor er verjaring heeft plaatsgevonden.

Advies

Wij adviseren u om goed in de gaten te houden wanneer een vordering verjaart. Indien uw vordering zal verjaren, is het verstandig om de vordering te stuiten. Let er hierbij wel goed op welke bewoordingen u gebruikt. Het is noodzakelijk dat u de wederpartij ondubbelzinnig op de hoogte stelt dat u uw recht voorbehoudt en over welke vordering dit gaat. Wij kunnen u daarbij van advies voorzien.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of heeft u andere ondernemingsrechtelijke vragen, neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met Floor Janssen of andere leden van de sectie ondernemingsrecht.