Berichten

De 30% – expatregeling houdt de gemoederen bezig

Geplaatst op | Bericht | romyvanravestijn

Wat houdt de 30%-regeling in?

Al decennia lang kennen we in Nederland de zogenaamde 30%-regeling. Deze regeling is bedoeld om werknemers met schaarse specifieke deskundigheid vanuit het buitenland naar Nederland te halen. Niet alleen om zo het kennisniveau in Nederland te verbeteren, maar ook om Nederland als vestigingsland aantrekkelijk te maken c.q. te behouden voor buitenlandse bedrijven.

Onder de 30%-regeling wordt aan een expat gedurende acht jaar een groot fiscaal voordeel verstrekt. 30% van zijn inkomen wordt namelijk niet belast, maar als onbelaste kostenvergoeding voor de belastingheffing gekwalificeerd. Oftewel: onder de 30%-regeling wordt het effectieve belastingtarief verlaagd van 52% naar 36.4% (70% x 52%), wat uiteraard een groot fiscaal voordeel voor de expat oplevert. Daarnaast kan de expat onder de 30%-regeling kiezen voor een zogenaamde fictieve buitenlandse belastingplicht, en mogen de kosten voor een internationale school voor de kinderen van de expat onbelast door de werkgever worden vergoed.

Voorwaarden toepassing 30%-regeling

Er zijn dus grote fiscale voordelen verbonden aan de 30%-regeling. Vandaar dat er ook stringente voorwaarden gelden aan de toepassing daarvan. Zo moet de expat over schaarse specifieke deskundigheid beschikken, wat moet blijken uit zijn salarisniveau, de gevolgde opleidingen en relevante werkervaring. Ook moet de expat zijn aangeworven vanuit het buitenland (ten minste 150 kilometer vanaf de Nederlandse grens), en geldt een maximale looptijd van de 30%-regeling van acht jaar. Deze looptijd kan vervolgens worden ingeperkt indien de expat eerder in Nederland is verbleven.

De werkgever past de 30%-regeling toe in de loonadministratie. Daarvoor dient wel een goedkeurende beschikking van de Belastingdienst te zijn afgegeven, welke de werkgever en de expat tezamen vooraf bij de Belastingdienst moeten aanvragen. De 30%-regeling kan dus niet zomaar worden toegepast.

Voornemen tot looptijdverkorting

Onlangs heeft het kabinet een evaluatie laten uitvoeren naar de werking van de 30%-regeling. Daaruit is onder andere gebleken dat ongeveer 80% van de expats de regeling niet de volledige looptijd van acht jaar gebruikt, maar meestal maar voor een jaar of vijf. Veel expats vertrekken kennelijk tussentijds weer uit Nederland. Het kabinet heeft nu het voornemen om per 1 januari 2019 de looptijd van de 30%-regeling te verkorten van acht naar vijf jaar. Ook de duur van een keuze voor fictieve buitenlandse belastingplichtig wordt ingeperkt, en wel tot drie jaar.

Op zichzelf is het voornemen van het kabinet te volgen. Het was immers een van de voorstellen in het eerdere Regeerakkoord. Maar het kabinet wil nu ook bestaande gevallen onder deze voorgenomen looptijdverkorting scharen. Vóór 1 januari 2019 afgegeven beschikkingen (voor acht jaar) worden dus ook ingekort tot vijf jaar. Dat zou voor de wat oudere beschikkingen zelfs kunnen betekenen dat per 1 januari 2019 voor de betreffende expat überhaupt geen 30%-regeling meer kan worden toegepast.

Met name het gebrek aan een overgangsregeling voor reeds afgegeven 30%-beschikkingen heeft onder expats en werkgevers grote onrust veroorzaakt. En dat is goed te begrijpen, want men heeft op basis van bepaalde – door de overheid opgewekte – verwachtingen destijds het besluit genomen om naar Nederland te emigreren. En vervolgens scherpt de overheid tijdens dat spreekwoordelijke spel de spelregels drastisch aan.  Dit handelen doet afbreuk aan de reputatie van betrouwbare overheid en schaadt de doelstelling van het verbeteren van het vestigingsklimaat in Nederland. Dat nog los van de juridische vraag of en in hoeverre een bestaande beschikking (nadelig) kan worden aangepast. Daar zou dan in beginsel een zwaarwegend belang van de overheid tegenover moeten staan, waarbij het de vraag is of alleen een budgettair belang toereikend is.

Het voornemen tot looptijdverkorting maakt onderdeel uit van het Belastingplan 2019 wat per 1 januari 2019 inwerking treedt. Dat plan wordt nu door het Ministerie van Financiën voorbereid, en later tijdens Prinsjesdag aan de Tweede Kamer gepresenteerd. Vandaar dat er nu vanuit diverse organisaties sterke druk wordt uitgeoefend op het kabinet. Daarbij is niet zozeer de looptijdverkorting op zichzelf maar juist het gebrek aan een overgangsregeling daaromtrent onderwerp van discussie. Overigens liet staatssecretaris van Financiën Menno Snel deze week in een schriftelijke reactie weten dat hij géén juridische belemmeringen ziet in het aanpassen van de looptijd van reeds bestaande 30%-beschikkingen. Vooralsnog lijkt de staatssecretaris dus ongevoelig voor de gevoerde tegenargumenten.

Tot slot

De verwachting is dat de inhoudelijke discussie binnenkort in meer detail zal worden gevoerd. We houden u daarvan uiteraard op de hoogte.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of heeft u andere arbeidsrechtelijke vragen, neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met Jan-Willem de Tombe of andere leden van de sectie arbeidsrecht.