Berichten

Denk aan schriftelijke sommatie of goede termijnafspraak!

Geplaatst op | Bericht | romyvanravestijn

Inleiding 

Gedurende de tijd dat de juiste prestatie uitblijft nadat zij opeisbaar is geworden, is de schuldenaar in verzuim. Soms treedt het verzuim pas in nadat de schuldeiser een ingebrekestelling heeft gezonden aan de schuldenaar. Een ingebrekestelling is een schriftelijke aanmaning waarbij de schuldenaar een redelijke termijn voor nakoming van gesteld en hij aansprakelijk is voor alle schade, wanneer nakoming binnen deze termijn uitblijft.

Onder ‘schriftelijk’ wordt in dit geval ook verstaan per fax, e-mail of deurwaardersexploot. In zijn ingebrekestelling moet de schuldeiser duidelijk aangeven van welke specifieke verbintenis hij alsnog nakoming verlangt. Of een termijn voor nakoming redelijk is, hangt af van alle omstandigheden van het geval (zoals de duur van de termijn, de aard van de prestatie en de benodigde, voorbereidende handelingen). In twee gevallen kan de schuldeiser volstaan met een schriftelijke mededeling met daarin een aansprakelijkheidstelling, namelijk wanneer de schuldenaar tijdelijk niet kan nakomen (bijvoorbeeld bij een in- of uitvoerverbod) of uit zijn houding blijkt dat een aanmaning nutteloos zou zijn (bijvoorbeeld door uitlatingen jegens derden).

Laat de schuldenaar weten aan de schuldeiser dat hij niet zal nakomen (of kan de schuldeiser dat afleiden uit een mededeling van de schuldenaar), dan is de schuldenaar van rechtswege (dus zonder ingebrekestelling) vanaf dat moment in verzuim. De schuldenaar is eveneens van rechtswege in verzuim als een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt, zonder dat de verbintenis wordt nagekomen. Hoofdregel is dat alle, bij overeenkomst of andere rechtshandeling voor de nakoming gestelde termijnen, fatale termijnen zijn. Dat kan ook gelden voor uitdrukkelijk overeengekomen betalingstermijnen. Uit de aard van de overeenkomst, de aard van de verbintenis in kwestie of de overige omstandigheden van het geval kan echter volgen dat de termijn geen fataal karakter heeft.

Waarom is het belangrijk dat de schuldenaar in verzuim is? Vanaf dat moment kan de schuldeiser ontbinding vorderen van de overeenkomst indien de schuldenaar tekortschiet. Ook heeft de schuldeiser vanaf dat moment recht op schadevergoeding op grond van een toerekenbare tekortkoming (wanprestatie).

Daarom is het beter het zekere voor het onzekere te nemen en altijd een ingebrekestelling te sturen, ook al heeft de rechter op grond van de redelijkheid en billijkheid mogelijkheden om van bovenstaande regels af te wijken.

Een recente uitspraak van de Rechtbank Limburg

Een recente uitspraak van de kantonrechter te Roermond 4 juli 2018 (ECLI:NL:RBLIM:2018:6351) bied een mooie illustratie van een en ander.

BvA vordert veroordeling van PMG tot betaling van schadevergoeding. BvA stelt dat haar een direct inzetbare hoogwerker is verkocht. Toen bleek dat de hoogwerker niet functioneerde, is PMG hiervan meteen op de hoogte gesteld. PMG was echter niet bereid om het gebrek zelf te inspecteren en vervolgens te herstellen. Op dat moment is volgens BvA verzuim ingetreden.

Om de hoogwerker in werkbare staat te krijgen, heeft BvA Holland Lift/Servi Tec Nederland BV ingeschakeld. Holland Lift/Servi Tec heeft de hoogwerker vervolgens gerepareerd en BvA een bedrag van € 6.617,21 inclusief btw in rekening gebracht.

Voor de duur dat de hoogwerker in reparatie was, heeft BvA een vervangende hoogwerker gehuurd. De kosten daarvan bedragen € 3.947,95 inclusief btw. In dit bedrag zijn ook de transportkosten en overige bedrijfskosten begrepen. PMG voert verweer. Zij stelt dat zij nooit in gebreke is gesteld, zodat geen verzuim is ingetreden.

Mocht in deze zaak al sprake zijn van een toe te rekenen tekortkoming van PMG, dan komt de door BvA gevorderde schade volgens de kantonrechter niet voor vergoeding in aanmerking, omdat geen verzuim is ingetreden. PMG is immers niet in gebreke gesteld. BvA stelt weliswaar contact met PMG te hebben opgenomen en dat PMG niet genegen was een onderzoek in te stellen naar de hoogwerker, maar zij toont dit niet aan en PMG betwist dit. Mocht dit al wel zo zijn, dan kan dit niet als een ingebrekestelling als bedoeld in de wet worden aangemerkt. Een ingebrekestelling moet immers schriftelijk plaatsvinden, waarbij een redelijke termijn voor nakoming wordt gegeven. Een dergelijke ingebrekestelling heeft niet plaatsgevonden. Hierdoor is geen verzuim ingetreden. Het gevolg is dat geen recht van BvA op schadevergoeding bestaat.

Advies voor de praktijk

Uitgangspunt is dat een duidelijke ingebrekestelling vereist is. In het geval van een verbintenis die niet onder een fatale termijn is aangegaan, is het zo dat de debiteur niet eerder op het niet-nakomen van de betreffende verbintenis kan worden aangesproken, dan nadat is komen vast te staan wanneer hij had moeten nakomen (en dat dat nakomen niet (correct) is gebeurd).

In zoverre kan gezegd worden dat de verzuimregeling strekt ter bescherming van de schuldenaar; het ligt dus op de weg van de schuldeiser erop toe te zien dat het door hem gewenste uiterste tijdstip van nakoming hetzij schriftelijk in de overeenkomst wordt opgenomen, hetzij via een schriftelijke sommatie/ingebrekestelling aan de schuldenaar wordt opgelegd.

Daarbij is van belang dat onduidelijkheid, onvolledigheid of vaagheid met betrekking tot het tijdstip van de nakoming – juist gelet op de ratio van de verzuimregeling  – in beginsel voor risico van de schuldeiser komt.

Kortom: maak duidelijke en schriftelijke termijnafspraken of verzend een duidelijke en schriftelijke sommatie als uw schuldenaar niet of niet volledig presteert. Geef daarin duidelijk aan wat en op grond waarvan u een en ander van de schuldenaar eist, binnen welke termijn en wat de consequenties zijn als de schuldenaar niet alsnog presteert (e.g. ontbinding en/of schadevergoeding).

 

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of heeft u andere ondernemingsrechtelijke vragen, neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met Marc Janssen of andere leden van de sectie ondernemingsrecht.