Berichten

Is uw wederpartij bij de overeenkomst rechtsgeldig vertegenwoordigd?

Geplaatst op | Bericht | romyvanravestijn

Inleiding

Iemand die een rechtshandeling (bijv. koopovereenkomst) verricht, zal hij dat doen voor zichzelf. Bij vertegenwoordiging bindt degene die een ander vertegenwoordigt (vertegenwoordiger) in beginsel niet zichzelf, maar degene die hij vertegenwoordigt (vertegenwoordigde).

Directe vertegenwoordiging

Van directe vertegenwoordiging (ook genoemd: onmiddellijke of eigenlijke vertegenwoordiging) is sprake als de vertegenwoordiger handelt in naam en voor rekening van de vertegenwoordigde. Niet de vertegenwoordiger, maar de vertegenwoordigde zelf wordt partij bij de overeenkomst.

Indirecte vertegenwoordiging

Bij indirecte vertegenwoordiging (ook genoemd: middellijke vertegenwoordiging) handelt de vertegenwoordiger in eigen naam, maar voor rekening van de vertegenwoordigde.

De wet regelt alleen de figuur van de directe vertegenwoordiging.

Vormen vertegenwoordiging

Vertegenwoordiging komt voor in verschillende vormen. Twee belangrijke hoofdvormen van vertegenwoordiging zijn:

  1. vertegenwoordiging krachtens volmacht;
  2. vertegenwoordiging van rechtspersonen krachtens wet en statuten; en

Volmacht

Van vertegenwoordiging krachtens volmacht is sprake als een volmachtgever de bevoegdheid verleent aan een ander om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten. Als een gevolmachtigde namens de volmachtgever een rechtshandeling verricht, zoals het aangaan van een overeenkomst, treft de rechtshandeling in haar gevolgen de volmachtgever. De gevolmachtigde valt er als het ware tussenuit en de volmachtgever wordt aan de overeenkomst gebonden.

Dat is ook logisch: de gevolmachtigde handelt in naam van en voor rekening van de volmachtgever. Uitgangspunt is dat, als er geen bevoegdheid is om rechtshandelingen in naam van de ander te verrichten, de ander niet wordt gebonden.

Schijn van volmacht

Is een rechtshandeling in naam van een ander verricht, dan kan tegen de wederpartij, indien zij op grond van een verklaring of gedraging van die ander heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend, op de onjuistheid van deze veronderstelling geen beroep worden gedaan.

Uitgangspunt moet zijn dat voor toerekening van schijn van volmachtverlening aan de vertegenwoordigde ook plaats kan zijn ingeval de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening aan de in werkelijkheid onbevoegde tussenpersoon op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van de onbevoegd vertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid.

Dit risicobeginsel gaat niet zo ver dat voor toepassing daarvan ook ruimte is in gevallen waarin het tegenover de wederpartij gewekte vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen of gedragingen van de onbevoegd handelende persoon.

Bekrachtiging

Wanneer iemand zonder daartoe bevoegd te zijn als gevolmachtigde in naam van een ander een overeenkomst is aangegaan, kan die ander de rechtshandeling nog bekrachtigen. Het gevolg daarvan is dat de betreffende overeenkomst alsnog geldig is. De bekrachtiging is in beginsel vormvrij en vindt plaats tussen de ander en de wederpartij.

Een gevolmachtigde moet naar de wederpartij toe instaan voor het bestaan van de volmacht en de omvang ervan. Dat geldt niet als de wederpartij weet of behoort te begrijpen dat een toereikende volmacht ontbreekt of als de gevolmachtigde de inhoud van de volmacht volledig aan de wederpartij heeft medegedeeld.

Einde volmacht

Een volmacht eindigt door herroeping van de volmacht door de volmachtgever of door opzegging door de gevolmachtigde. Voorts eindigt een volmacht door de dood, ondercuratelestelling, faillissement of schuldsanering van de volmachtgever of de gevolmachtigde.

Tips voor de praktijk

Het is verstandig om voorafgaand aan het sluiten van een overeenkomst altijd het handelsregister te raadplegen. Dit om problemen inzake vertegenwoordigingsbevoegdheid aan de zijde van de wederpartij te voorkomen.

De wet (art. 3:71 lid 1 BW) bepaalt dat ingeval gesteld wordt dat er vertegenwoordigingsbevoegdheid krachtens – volmacht – is, de “wederpartij” van de gevolmachtigde terstond – bewijs – van de volmacht kan vragen, waaruit deze blijkt. Bij gerede twijfel is het steeds verstandig zich ook rechtstreeks met de beweerdelijke “volmachtgever” te verstaan.

 

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of heeft u andere ondernemingsrechtelijke vragen, neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met Marc Janssen of één van de andere leden van de sectie Ondernemingsrecht.