Berichten

Opstellen commerciële contracten

Geplaatst op | Bericht | lrietberg

Inleiding

Een recente uitspraak van de rechtbank te Roermond van 11 juli 2018 (ECLI:NL:RBLIM:2018:6440) onderstreept het belang om in de commerciële contractenpraktijk de afspraken tussen partijen goed en helder vast te leggen.

De feiten

Viewgres is een onderneming die zich onder meer bezighoudt met handelsbemiddeling in tegels en plavuizen. X B.V. is een groothandel en houdt zich bezig met de verkoop van natuursteen en keramiek voor binnen en buiten.

In 2014 produceerde Foshan, gevestigd in China, 2 centimeter dikke keramieken tegels voor buiten (hierna: het product/de producten).

Op 7 juli 2010 heeft Viewgres met Foshan een “exclusive importation and sales agreement” gesloten (hierna: de exclusiviteitsovereenkomst). Op basis van deze exclusiviteitsovereenkomst had Viewgres het exclusieve recht om de producten aan afnemers in Europa te verkopen.

Vanaf 2013 hebben partijen met elkaar zaken gedaan op basis van mondelinge afspraken. Viewgres kocht de producten voor eigen rekening en risico in bij Foshan en verkocht deze door aan X B.V. X  B.V. zette de producten vervolgens onder haar naam in de markt.

Op 11 augustus 2014 hebben partijen een samenwerkingsovereenkomst gesloten.

X B.V. stelt dat partijen met de samenwerkingsovereenkomst beoogden dat Viewgres haar exclusiviteit – die voortkwam uit de exclusiviteitsovereenkomst met Foshan – geheel aan X B.V. overdroeg, zodat alleen X B.V. , met uitsluiting van iedere andere afnemer, de producten van Foshan in Europa kon verkopen. Nu de exclusiviteitsovereenkomst per 1 januari 2016 afliep en door Foshan niet is verlengd, kon Viewgres haar verplichting uit de samenwerkingsovereenkomst, het overdragen van haar exclusiviteit aan X B.V. , na 1 januari 2016 niet meer nakomen.

Viewgres betwist dat zij met de samenwerkingsovereenkomst haar volledige exclusiviteitsrecht op de verkoop van de producten van Foshan aan X B.V. heeft overgedragen. Viewgres stelt zich op het standpunt dat partijen met de samenwerkingsovereenkomst beoogden X B.V. een kostenvoordeel en daarmee een concurrentievoordeel te bieden, door het omzeilen van de dubbele “anti-dump tax”. Er moest anti-dump tax betaald worden over zowel de verkoopprijs van Foshan als over de door Viewgres gehanteerde commissie. Als X B.V. rechtstreeks bij Foshan zou kunnen bestellen en de commissie apart via Nederland aan Viewgres zou betalen, hoefde zij over de commissie geen anti-dump tax te betalen. Zo behaalde zij een kostenvoordeel jegens andere afnemers, die een dergelijke overeenkomst met Viewgres niet hadden. Viewgres heeft haar exclusiviteit alleen jegens X B.V. prijsgegeven, zodat X B.V. in staat werd gesteld om rechtstreeks bij Foshan te bestellen en het belastingvoordeel te behalen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat partijen twisten over de uitleg van de samenwerkingsovereenkomst. Bij de beantwoording van de vraag wat de inhoud is van door partijen gemaakte obligatoire afspraken komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze afspraken mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Van beslissende betekenis zijn alle omstandigheden van het geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. Te denken valt aan de bewoordingen en context van de bepaling, de totstandkomingsgeschiedenis, aard en uitvoering van de overeenkomst, alsmede de hoedanigheid en deskundigheid van partijen. Dit betekent onder meer dat de uitleg van een schriftelijke overeenkomst niet dient plaats te vinden op grond van alleen maar de taalkundige betekenis van de bewoordingen waarin het is gesteld. In praktisch opzicht is de taalkundige betekenis die de bewoordingen waarin deze bepalingen zijn gesteld, gelezen in de context van dat geschrift als geheel, in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben, bij de uitleg van dat geschrift vaak wel van groot belang.

De tekst van de samenwerkingsovereenkomst geeft naar het oordeel van de rechtbank geen aanknopingspunten voor de stelling van X B.V. , dat Viewgres haar exclusiviteit geheel aan X B.V. heeft overgedragen.

Vast staat dat de tekst van de samenwerkingsovereenkomst is opgesteld door de jurist van Viewgres en dat partijen over de tekst van de samenwerkingsovereenkomst hebben onderhandeld. Uit de handgeschreven opmerkingen leidt de rechtbank af dat partijen over meerdere bepalingen uitvoerig hebben onderhandeld (m.n. over de door Viewgres voorgestelde minimale afnameverplichting en het boetebeding). De definitieve samenwerkingsovereenkomst bevat vele – namens X B.V. voorgestelde – wijzigingen ten opzichte van de conceptversie(s). De rechtbank constateert dat er geen wijzigingen zijn voorgesteld en/of opgenomen in de overwegingen bij de samenwerkingsovereenkomst. X B.V. heeft niet gemotiveerd uit welke bepaling van de samenwerkingsovereenkomst blijkt dat Viewgres haar exclusiviteit volledig aan Viewgres zou hebben overgedragen. Daarnaast leidt de rechtbank uit het door X B.V. ter zitting verklaarde af dat X B.V. ervan op de hoogte was dat Viewgres gedurende de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst ook nog steeds producten van Foshan leverde aan andere afnemers. Immers heeft X B.V. verklaard dat X B.V. van een andere klant van Viewgres hoorde dat Foshan de relatie met Viewgres had verbroken. Niet valt volgens de rechtbank in te zien waarom X B.V. geen bezwaar heeft gemaakt tegen levering aan andere afnemers door Viewgres, indien voor haar de essentie van de samenwerkingsovereenkomst was dat Viewgres haar exclusieve recht geheel aan haar had overgedragen.

Gelet op één en ander komt de rechtbank tot de conclusie dat de samenwerkingsovereenkomst, aldus dient te worden uitgelegd dat partijen (enkel) beoogd hebben aan X B.V. een belasting- en daarmee concurrentievoordeel te bieden en dat zij, om dat te kunnen bewerkstelligen, zijn overeengekomen dat Viewgres haar exclusiviteitsrecht jegens X B.V. prijsgeeft, niet echter dat Viewgres haar exclusiviteit geheel aan X B.V. overdraagt.

Advies voor de praktijk

Een duidelijke en zorgvuldige formulering van contracten is belangrijk. Het komt regelmatig voor dat discussie ontstaat over de uitleg van bepalingen in een commercieel contract tussen twee Nederlandse ondernemingen, ook al is het contract opgesteld in de Nederlandse taal en is Nederlands recht daarop van toepassing.

Extra oplettendheid is geboden als op een contract Nederlands recht van toepassing is verklaard, maar het contract is opgesteld in een andere taal. Daarbij hoeft niet altijd sprake te zijn van een internationale overeenkomst (als één van de contractpartijen een in het buitenland gevestigde onderneming is). Nederlandse ondernemingen die deel uitmaken van een internationale groep van ondernemingen maken vaak gebruik van modelcontracten in een andere taal of stellen het contract zelf op in de binnen de groep van ondernemingen gevoerde taal. De reden daarvoor kan zijn toezicht en controle door de moedermaatschappij of een Legal Department, of het feit dat het contract als basis dient voor andere, met buitenlandse wederpartijen af te sluiten contracten.

De Hoge Raad, de hoogste rechter in burgerlijke zaken, is van oordeel dat bij een commercieel contract tussen professionele partijen in de regel groot gewicht kan worden toegekend aan de taalkundige betekenis van de contractsbepalingen. De overige omstandigheden van het geval kunnen echter meebrengen dat een andere (dan de taalkundige) betekenis aan de bepalingen van de overeenkomst kan en moet worden gehecht. Beslissend blijft te allen tijde de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Het zorgvuldig formuleren van contracten is in commerciële relaties nog meer geboden dan in andere gevallen. Er is meer vereist dan “knippen en plakken” uit modellen. Het contract moet op het concrete geval worden toegespitst. Maatwerk is dus vereist.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of heeft u andere ondernemingsrechtelijke vragen, neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met Marc Janssen of andere leden van de sectie ondernemingsrecht.