Berichten

Terugkeer van de hoofdconstructeur en het Wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het Bouwen (deel III)

Geplaatst op | Bericht | romyvanravestijn

De discussie over de verplichte aanstelling van een hoofdconstructeur voor het bewaken van de constructieve veiligheid speelt al jaren. Naar aanleiding van het Wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het Bouwen en het rapport ‘Bouwen aan constructieve veiligheid’ van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, is deze discussie opnieuw actueel.

De Onderzoeksraad vindt het van belang dat partijen in elk bouwproject één centrale partij aanwijzen die de verantwoordelijkheid draagt voor het borgen van de constructieve veiligheid. Te denken valt aan de hoofdconstructeur die verantwoordelijk is voor het constructieve ontwerp en die belangrijke coördinerende en controlerende taken en bevoegdheden krijgt, zodat de hoofdconstructeur de samenhang tussen de verschillende deelconstructies in de ontwerp- en uitvoeringsfase kan bewaken.

Om de positie van de hoofdconstructeur te effectueren zou nog gedacht kunnen worden om dit bij wet te regelen, zoals onlangs door de voorzitter van een grote bouwonderneming is voorgesteld. Ook het wettelijk verplicht stellen dat bouwvergunningen pas worden verleend aan werken met aantoonbaar gecontroleerde documenten en toereikend toezicht, zoals oud-hoogleraar Vambersky oppert, zou een oplossing kunnen zijn naar beter toezicht op de constructieve veiligheid in de bouw.

Het is de vraag of het Wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het Bouwen voldoende aansluit bij wat de Onderzoeksraad meerdere keren heeft aanbevolen en de geluiden die te horen zijn vanuit de bouwpraktijk.

 

Heeft u vragen of opmerkingen over het Wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het Bouwen? Bel of e-mail dan vrijblijvend met één van de bouwrechtspecialisten van BANNING: Philip van der Ven, Dennis Beekhuijzen of Jeroen Weijer.