Berichten

CBb laat zich opnieuw uit over vertrouwelijkheid clementieverklaringen

Geplaatst op | Bericht | sabine

Klikken over verboden kartelafspraken wordt doorgaans flink beloond door de ACM. In ruil voor de verklaring van de clementieverzoeker wordt de boete die de ACM eigenlijk aan de klikkende partij zou opleggen verlaagd of zelfs kwijtgescholden. Met het oog op mogelijke follow-on schadeclaims heeft de clementieverzoeker er belang bij dat zijn verklaringen vertrouwelijk blijven.

Naar aanleiding van een recente uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (“CBb”) staan wij in deze blog stil bij de vraag in hoeverre de vertrouwelijkheid van bij de ACM afgelegde clementieverklaringen gewaarborgd is.

Procedure
In 2015 heeft de ACM een aantal producenten van betonnen prefab garages beboet voor het maken van concurrentiebeperkende prijsafspraken. Na de ongegrond verklaring van zowel het bezwaar als het beroep is door één van de beboete ondernemingen hoger beroep ingesteld bij het CBb. In deze procedure heeft de ACM een aantal gedingstukken, waaronder de clementieverklaringen, als vertrouwelijke stukken in het geding gebracht. Volgens de ACM zou de mogelijkheid voor derden om een kopie van clementieverklaringen op te vragen potentiële clementieverzoekers ervan weerhouden om belastende verklaringen af te leggen. Beperkte kennisneming van de verklaringen, in de zin dat de overige karteldeelnemers slechts inzage krijgen in de verklaringen maar geen kopie ontvangen, is volgens de ACM noodzakelijk om het succes van zijn clementieprogramma te kunnen garanderen.

Verdedigingsbelang gaat voor vertrouwelijkheid
Naar oordeel van het CBb weegt het succes van het clementieprogramma echter niet zwaarder dan het verdedigingsbelang van beboete ondernemingen.

Nu de verdedigende partijen de clementieverklaringen al hebben ingezien, zodat zij reeds bekend zijn met de identiteit en de betrokkenheid van de clementieverzoeker, is er naar het oordeel van het CBb slechts een betrekkelijk gering belang bij de beperking van de kennisneming van de verklaringen. Het belang van ACM is om die reden onvoldoende zwaarwegend, zodat het niet opweegt tegen het verdedigingsbelang van de beboete ondernemingen.

Bestendige lijn in de jurisprudentie?
In een eerdere beroepsprocedure bij het CBb in 2015, naar aanleiding van het meelkartel, speelde een vergelijkbare kwestie. Ook in die procedure oordeelde het CBb dat het verdedigingsbelang voor de karteldeelnemers zwaarder woog dan de belangen van de ACM en de clementieverzoeker bij vertrouwelijke overlegging van de verklaringen. Met dezelfde conclusie ruim drie jaar later lijkt het CBb een duidelijke lijn te trekken.

De CBb uitspraken doen afbreuk aan de aantrekkelijkheid van het clementieprogramma. De ACM kan immers geen garanties meer geven met betrekking tot de geheimhouding van afgelegde clementieverklaringen.

Meer weten?
Neem vrijblijvend contact op met een van onze specialisten: Minos van Joolingen, Martijn Jongmans of Sophia Wittkämper.