Berichten

Een verwijderingsverzoek van het BSN

Geplaatst op | Bericht | romyvanravestijn

De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs geoordeeld over een verzoek van een zelfstandige tot vervanging van haar Burgerservicenummer (“BSN”) bij de Belastingdienst. Het BSN zit bij zelfstandigen verwerkt in het btw-nummer. Die zijn verplicht dit nummer te vermelden op hun website en/of hun facturen. De zelfstandige in deze kwestie heeft op grond van art. 36  Wet bescherming persoonsgegevens (“Wbp”) een verwijderingsverzoek ingediend inclusief een verzoek tot vervanging van het BSN-gedeelte door een ander (willekeurig) cijfer. Toewijzing van dit verzoek zal echter leiden tot grote gevolgen en hoge kosten voor de Belastingdienst. Het systeem zal dan namelijk moeten worden aangepast. Hoe de rechter hierover heeft geoordeeld, leest u in deze blog.

Besluit van de AP

De Autoriteit Persoonsgegevens (“AP”) heeft in december vorig jaar een verbod opgelegd aan de minister van Financiën voor het gebruiken van het BSN in het btw-nummer. Het is een gevolg van een onderzoek dat de AP heeft ingesteld naar aanleiding van onder andere een verzoek van de eiseres ter advisering in haar geschil met de Belastingdienst. De AP heeft geoordeeld dat het gebruik van het BSN niet noodzakelijk is voor de uitvoering van de taak van de Belastingdienst. De registratie van een ondernemer c.q. zelfstandige kan immers ook plaatsvinden met een ander willekeurig nummer. Daarnaast is voor het gebruiken van het BSN een wettelijke grondslag nodig. Deze wettelijke grondslag ontbreekt voor deze registratie.

De omzetting van het systeem is niet eenvoudig en heeft dus tijd nodig. De datum is vastgesteld op basis van een advies van een commissie van deskundigen. De commissie acht het technisch mogelijk om binnen een jaar het systeem om te zetten. Het verbod van de AP gaat daarom in per 1 januari 2020. Ten slotte heeft de AP in een nieuwsbericht laten weten dat het btw-nummer waarin het BSN is verwerkt, niet meer op de website van de ondernemer geplaatst hoeft te worden, ondanks de wettelijke plicht hiertoe.

Oordeel rechtbank

De Belastingdienst heeft gesteld dat de zelfstandige (“eiseres”) geen procesbelang meer heeft. Er zou immers binnen een jaar een oplossing voor het gebruik van het BSN komen. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat er nog steeds een procesbelang is omdat haar verzoek bij de Belastingdienst nog altijd is afgewezen. De onrechtmatigheid van die afwijzing is immers juist de kern van het beroep van eiseres.

Wat betreft de onrechtmatigheid van het gebruik van het BSN heeft de rechtbank zich aangesloten bij het oordeel van de AP. Dat het verbod van de AP pas ingaat op 1 januari 2020, doet niet af aan de omstandigheid dat de verwerking van het BSN ook nu al onrechtmatig is. Anders gezegd, het moment van handhavend optreden staat los van de vraag of iets onrechtmatig is.

Vervolgens heeft de rechter zich over de vraag gebogen of de Belastingdienst nu al gehouden is om het BSN te verwijderen. De rechter heeft  daarbij getoetst aan art. 17 AVG (het “recht op vergetelheid”) dat in de plaats van art. 36 Wbp is gekomen. Dat komt omdat de rechtbank van oordeel is dat de gevolgen van de afwijzing van het verzoek van eiseres “ex nunc” moeten worden getoetst. Dat wil zeggen dat gekeken moet worden naar het recht zoals het nu geldt. Als dit verzoek zou worden ingewilligd zonder dat een ander nummer daarvoor in de plaats komt, zou eiseres niet meer over een btw-nummer beschikken. Daarom heeft de rechtbank geoordeeld dat een redelijke uitleg van art. 17 meebrengt dat in dit geval verwijdering van het BSN gepaard gaat met een vervanging door een ander nummer. Hierdoor behoudt eiseres immers een bruikbaar btw-nummer. Het verzoek tot toekenning van een ander nummer valt derhalve binnen een verzoek tot verwijdering in de zin van art. 17 AVG.

Ten slotte heeft de rechter beslist over de termijn voor het voldoen aan het verzoek van eiseres. Art. 17 lid 1 AVG spreekt over “zonder onredelijke vertraging”. Het verzoek van eiseres tot per directe verwijdering van het BSN heeft de rechtbank niet toewijsbaar geacht. Hierbij prevaleren de belangen van de Belastingdienst. Een gewijzigd btw-nummer zou betekenen dat er twee systemen naast elkaar moeten werken. Hierdoor kunnen ernstige risico’s ontstaan voor de continuïteit van de uitvoeringsprocessen van de Belastingdienst. De rechtbank is daarom tot de conclusie gekomen dat, mede op basis van het advies van de deskundigen, dit verzoek tot verwijdering pas toewijsbaar is op 1 januari 2020.

Conclusie

Deze uitspraak laat een duidelijk evenwicht zien tussen enerzijds het recht op verwijdering van onrechtmatig verwerkte gegevens en anderzijds de uitvoerbaarheid van een dergelijk verzoek. Het is namelijk niet altijd mogelijk om hals over kop gegevens te verwijderen. Wanneer het systeem hiervoor moet worden omgegooid, is een belangenafweging voor de tijd die de verantwoordelijke daarvoor heeft noodzakelijk.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, bijvoorbeeld over een verzoek tot verwijdering? Neem dan vrijblijvend contact op met Floortje Eijdems via f.eijdems@banning.nl of met één van de andere leden van het Privacy-team.